Geuzenmaand 2022 geopend

Op 1 maart 2022 heeft Dagmar Oudshoorn, directeur van Amnesty International Nederland, de Geuzenmaand 2022 officieel geopend. Haar toespraak over democratie en rechtsstaat wordt hieronder weergegeven.

Op dezelfde bijeenkomst werd door Elma Oosthoek de foto-expositie ‘Vrouwe Justitia’ geopend. Uit 75 inzendingen werden door Beaty Czeto voor deze expositie 35 indrukwekkende foto’s geselecteerd. De foto’s zijn de hele maand te zien in De Windwijzer, Schiedamseweg 95.

Toespraak Dagmar Oudshoorn bij opening Geuzenmaand 2022

Op 13 maart is het eenentachtig jaar geleden dat vijftien leden van de Geuzenverzetsgroep en drie Amsterdamse februaristakers werden geëxecuteerd door de Duitse bezetter. Zij zouden later bekend worden als de achttien doden. De bezetter liet nu zijn ware en voor sommigen tot dan nog onverwachte gezicht zien. De reeks doodstraffen, het showproces in Den Haag en de folteringen in Scheveningen die eraan voorafgingen en die één van de geuzen het leven kostten, waren in Nederland ongekend. De achttien doden waren niet de eerste verzetsstrijders die werden geëxecuteerd, maar zeker na 13 maart kon voor iedereen duidelijk zijn wat de geuzen van meet af aan hadden begrepen: het nieuwe bewind deugde niet, het deugde volstrekt niet.

De executies vinden aan het begin van de avond net buiten Den Haag plaats op de Waalsdorpervlakte. De volgende dag, vrijdag 14 maart, staat er op de voorpagina van het Algemeen Handelsblad een bericht over de fusillade. Erboven prijkt een foto van de eerste corpsavond van de Haagse politie, die zo goed als meteen na de achttien executies begon in de grote zaal van de Haagse dierentuin. Volgens het fotobijschrift was het een avond met muziek- en cabaretoptredens. De lezer krijgt de indruk dat de avond voor herhaling vatbaar is.

Ik weet niet of de Haagse politie nog vaker bonte avonden heeft gehouden tijdens de bezetting. Die zullen dan nog zelden in de Haagse dierentuin hebben plaatsgevonden. De tuin moest in 1943 wijken voor de aanleg van de Atlantikwall, de Duitse kustverdedigings­linie. Alsof de bezetter de komst van meer geuzen vreesde.   

De achttien doden zijn een icoon geworden van het Nederlandse verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog. In het bekende gedicht dat Jan Campert aan hen wijdde – Campert was niet één van de achttien, een hardnekkige misverstand[1] – is de bezetter hij “die eeden breekt en bralt” en die “plunderde als een dief”. Die bezetter is bij uitstek een vertegenwoordiger van de macht van de willekeur. Hij is daarmee bij uitstek ook het tegendeel van wat telkens weer met de toekenning van de Geuzenpenning wordt geëerd: de heerschappij van het recht die de staatsmacht onderwerpt; kortweg de rechtsstaat of de rule of law.

         Met de uitreiking van de Geuzenpenningen later deze maand aan Lawyers for Lawyers en aan Malgorzata Gersdorf, met de lezingen, exposities en voorstellingen in de Geuzenmaand hier in Vlaardingen wordt ook dit jaar weer de rechtsstaat geëerd. En dat is dezer dagen niet overbodig, want om maar eens een vaste uitdrukking te gebruiken: de rechtsstaat is geen rustig bezit.

         In onze tijd staat de rechtsstaat opnieuw en van verschillende kanten onder druk. In de eerste plaats denk ik dan aan het democratisch verval dat we al enige tijd wereldwijd meemaken. De rechtsstaat kennen wij immers als een belangrijke component van de democratie voor zo ver die laatste meer is dan alleen een electorale methode om periodiek de staatsmacht te verdelen. In die rijkere opvatting van wat democratie is, spreken wij ook wel van de democratische rechtsstaat.

Het verval van die democratische rechtsstaat is een traag voortschrijdend proces. Zo traag dat de gewenning eraan misschien sneller gaat dan het proces zelf. Dat maakt het des te gevaarlijker. Toch zijn de aanwijzingen voor het democratisch verval niet te negeren. Volgens de onlangs gepubliceerde democratie-index opgesteld door de inlichtingeneenheid van het Britse weekblad The Economist leeft slechts 6.4% van de wereldbevolking in slechts 21 landen in een volwaardige democratie. Bijna 40% in 53 landen leeft in een gemankeerde democratie. Meer dan de helft van de wereldbevolking leeft volgens The Economist onder een autoritair of op z’n best onder een gemengd regime.

Daarbij moet worden aangetekend dat de covidepidemie in zowel autoritaire als democratische staten tot ernstige vrijheidsbeperkingen heeft geleid en dus tot lagere scores op deze democratie-index dan in voorgaande jaren. Misschien hebben we te maken met een tijdelijke dip in het democratisch gehalte van de wereld of de bescherming van individuele vrijheden?  

Het antwoord op deze vraag is negatief als we kijken naar de cijfers over een lange reeks van jaren van een andere organisatie. Freedom House brengt al decennialang elk jaar de stand van de democratie wereldwijd in kaart en volgt nauwgezet de ontwikkeling van politieke rechten en burgerlijke vrijheden. Volgens Freedom House was 2005 het laatste jaar waarin het aantal landen dat democratische vooruitgang boekte groter was dan het aantal landen waarin de democratie verslechterde. In 2006 stond de balans op ‑3: wereldwijd verbeterde de democratie in 56 landen; in 59 landen verslechterde die. In 2020 stond deze balans zelfs op -45.

Ik zoom even iets verder in op het onderzoek van Freedom House. Hoe meet Freedom House de democratische ontwikkelingen eigenlijk? Dat doet de organisatie aan de hand van verschillende aspecten:

– de inrichting van het electorale proces

– de mate van politiek pluralisme en politieke participatie

– het functioneren van de overheid

– de mate van vrijheid van meningsuiting en godsdienst

– de vrijheid van vereniging en vergadering

– de rule of law en

– het respect voor persoonlijke autonomie en individuele rechten.

Wereldwijd meet Freedom House over de afgelopen vijftien jaar achteruitgang op alle aspecten, maar vooral rond de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van vereniging en vergadering en het respect voor de rule of law is die achteruitgang groot. Wij rekenen deze aspecten tot de rechtsstaatidee. Hoewel Freedom House wereldwijd ook zeker een neergaande trend ziet in de ontwikkeling van electorale systemen, pluriformiteit en politieke participatie, lijkt de democratische neergang toch vooral een neergang van de rechtsstaat te zijn.

         In de tweede plaats denk ik aan de spanning die er soms tussen democratie en rechtsstaat bestaat. In de zojuist besproken bevindingen en analyses van The Economist en Freedom House worden democratie en democratische rechtsstaat als min of meer eendere verschijnselen gezien. De werkelijkheid is complexer.

Over de verhouding tussen democratie en rechtsstaat, waarvan de mensenrechten deel uitmaken, wordt heel verschillend gedacht. Niet voor iedereen is de rechtsstaat een vanzelfsprekende component van de democratie. Daarbij is het van belang voor ogen te houden dat er ook verschillende opvattingen zijn over wat onder de ‘rechtsstaat’ moet worden verstaan.

Ik versta onder de rechtsstaat een staatsinrichting op basis van ten minste de volgende beginselen[2]:

  • Het legaliteitsbeginsel: het overheidshandelen is gebaseerd op wettelijke toegekende bevoegdheden
  • Een verbod op willekeur voor het handelen van de overheid
  • Machtenscheiding of checks and balances tussen wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende machten
  • Rechtszekerheid: wetten en regels zijn helder en precies geformuleerd, makkelijk toegankelijk, een leidraad voor het overheidshandelen; de overheid houdt zich aan rechterlijke uitspraken
  • De burger heeft toegang tot eerlijke, onpartijdige en openbare rechtspraak
  • Non-discriminatie en gelijkheid voor de wet
  • De overheid respecteert en beschermt de mensenrechten van individuen en minderheden.  

Deze beginselen worden, denk ik, ruim onderschreven, maar ze zijn niet geheel onomstreden als elementen van wat een staat een tot een rechtsstaat maakt. Klassieke opvattingen over de rule of law –  dat is min of meer de Angelsaksische versie van wat wij de rechtsstaat noemen – leggen waarschijnlijk meer nadruk op de aspecten die de suprematie van het recht uitdrukken (legaliteit, verbod van willekeur, rechtszekerheid), dan op het respect voor en de bescherming van de rechten van de mens.

Zodra je voor dat rijkere begrip van de rechtsstaat kiest, ontstaan er interne spanningen in die democratische rechtsstaat. De bescherming van de mensenrechten van individuen en minderheden is nu eenmaal niet altijd en onder alle omstandigheden de wil van de meerderheid of de wil van de democratisch gekozen volksvertegen­woordiging.

Tegenwoordig trekken sommigen daaruit al snel de conclusie dat in zulke gevallen de rechtsstaat moet wijken voor de democratie, want de democratie gaat boven alles en die democratie wordt bovendien ook steeds vaker liefst direct en niet via bemiddeling (de volksvertegen­woordiging) uitgeoefend.

Maar net als de rechtsstaat is de democratie een complex bouwwerk. De democratie kiest er soms willens en wetens voor om zich tegen zichzelf te beschermen. Dat doet de democratie bijvoorbeeld door sommige rechten of plichten, geboden of verboden grondwettelijk te verankeren. Mensenrechten of burgerrechten zijn daarvan een uitstekend voorbeeld. Daarmee worden zij als element van de democratie niet onveranderlijk, maar wel (zeer) moeilijk te veranderen. Grondwetswijzigingen zijn namelijk bijna altijd een stuk moeilijker door te voeren dan gewone wetswijzigingen: er is, bijvoorbeeld, een tweederdemeerderheid, geen gewone meerderheid nodig in het parlement of een grondwetswijziging moet zowel voor als na parlementsverkiezingen door de wetgever worden aanvaard. Rechten die zijn vastgelegd in grondwetten zijn daardoor beter beschermd dan in gewone wetten. Zij zijn verschanst in de grondwet. Zo beschermt de democratie zichzelf tegen oprispingen en dwalingen, tegen zichzelf. Zo beschermd de democratie zich uiteindelijk tegen zelfvernietiging.

Er bestaat een mooi beeld dat in dit verband vaker is gebruikt: Odysseus en de sirenen.

Odysseus vaart op weg naar huis, het eiland Ithaka waar zijn vrouw al jaren wacht op zijn terugkeer uit de Trojaanse oorlog. Hij vaart langs de eilanden van de sirenen. De sirenen zijn halfgodinnen met een verleidelijke lokroep, die al veel zeelieden ertoe bracht naar hen toe te varen. Helaas heeft niemand van deze zeelieden het kunnen navertellen. Hun schepen vergingen en de zeelui zelf veranderden in rotsblokken. Dus nu Odysseus langs de sirenen moet varen, verzint hij een list. Nog voor hij hen zal horen, stopt hij de oren van zijn bemanning vol met was en laat hij zichzelf door zijn bemanning vastbinden aan de mast van zijn schip. Op die manier kan hij de sirenen horen, maar zal zijn bemanning hem niet horen als hij de lokroep wil gehoorzamen en het commando geeft koers te zetten in hun richting. Zo zal Odysseus de lokroep horen én weerstaan.

Odysseus laat zich aan de mast ketenen zoals de democratie zichzelf aan haar grondwet ketent. Zo voorkom je malligheid en erger. In beide gevallen is die ketening vrijwillig. Zij wordt niet afgedwongen door krachten van buitenaf. In het geval van de democratie is er niets ondemocratisch aan.

Ook de binding aan internationale mensenrechtenverdragen kun je zien als zo’n vorm van vrijwillige ketening. Een democratisch gekozen regering en een democratisch gekozen parlement kiezen ervoor zich te binden aan internationale normen die vervolgens niet via gewone nationale wetten ongedaan gemaakt kunnen worden.

Dat betekent niet dat daarmee internationale normen de nationale democratie of soevereiniteit negeren. Het betekent dat een democratie willens en wetens  zichzelf  beperkingen oplegt. Daar is wederom niets ondemocratisch aan.

De democratische neergang die wereldwijd al jaren gaande is, is mat name een rechtstatelijke neergang. Daarnaast zien we een ondermijning van de rechtsstatelijke component van de democratie door een toenemende neiging democratie gelijk te stellen met de onmiddellijke uitvoering van de meerderheidswil.

Voor mensenrechtenorganisaties zoals Amnesty International zijn dit zorgelijke ontwikkelingen. Het zijn juist de instellingen van de rechtsstaat die handen en voeten geven aan de bescherming van de mensenrechten. Zonder die instellingen houden we alleen normen zonder handhaving over.

Vandaar dat Amnesty International Nederland in haar strategisch plan voor de komende jaren het versterken en beschermen van de rechtsstaat een belangrijke plaats heeft gegeven. Binnen en buiten Europa willen wij samen met partnerorganisaties en mensenrechten­verdedigers werken aan het verstevigen van de instituties die mensenrechten moeten beschermen. Daar hoort ook de politie bij. Die heeft, bijvoorbeeld, een belangrijke taak in het faciliteren van demonstraties en dus in het uitoefenen van de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van vereniging en vergadering. Anders gezegd: de politie heeft een belangrijke taak bij het beschermen van de vrije maatschappelijke ruimte die nodig is voor zinvolle participatie van burgers in het landsbestuur.

Ik wijs hierop omdat bij alle uitbreidingen die het mensenrechten­werk, ook dat van Amnesty International, de afgelopen decennia heeft doorgemaakt en die vaak gericht waren op sociaaleconomische mensenrechten, wij soms lijken te vergeten dat die politieke en maatschappelijke participatie ook een mensenrecht is. Hoe zeer die onder druk staat in Europa, hoef ik u na de gebeurtenissen van de afgelopen dagen niet te vertellen. Denk alleen maar aan de Russen die niet beschermd maar gearresteerd werden omdat zij een stem tegen de oorlog wilde laten horen.

Wie de mensenrechten beschermt, hecht grote waarde aan de rechtsstaat. En dus aan de instituties van die rechtsstaat. Zo simpel is het. En daarom ben ik blij dat deze maand de Geuzenpenningen 2022 en 2021 worden uitgereikt aan Lawyers for lawyers en Malgorzata Gersdorf. En ik ben blij dat de Geuzenmaand vandaag weer begonnen is, om de rechtsstaat te eren en daarmee de achttien doden te gedenken.


[1] Zie Jacqueline Bel, Bloed en rozen – Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1900 – 1945, Uitgeverij Bert Bakker, 2015, pp. 920 – 5.

[2] Zie voor een toelichting Adviesraad Internationale Vraagstukken, De wil van het volk – Erosie van de democratische rechtsstaat in Europa, juni 2017, pp. 17 – 20.