Stadsgedicht 2017

Ik ben wie ik altijd was

Ontheemd, vervreemd, versteend was ik
van wie ik was en in wezen ben
Bedolven onder gruis, gefluisterd ruis en
puinhopen afwijzing en angst
was ik,
wezenloos de verwachtingen van anderen levend

Het gros gaf mij slechts twijfel,
moest ik echt zijn net als zij ?
Heb ik een verwerpelijk brein dan,
of ben ik goed zoals ik ter wereld kwam?

Onvrede knaagde zich een gat
en ik zag geestverwanten,
zwevend tussen nu en werkelijkheid
Ik zag anderen met gelijke gedachten,
in de geschiedenis geschreven en nu levend,
strijdend met het recht,
strijdend voor de eigenheid

En we ruimden puin en ontwarden
míjn daden en denken, mijn eigen doelen en gevoelens van ballast,
Het schuldgevoel werd ingegraven en begrip geplant

Ik scheidde realiteit van schijn
en aan de horizon verschenen de contouren van mijn weg
Nu bouw ik en plavei
op mijn hervonden fundamenten

Ik loop nu mijn eigen pad,
steen voor steen bouwde ik dit op
Elke cementlaag kostte me jaren,
het voegsel is nog vers en mijn voetprint zacht,
maar ik ben nu wie ik altijd was

Marjoleine van Aperen
Stadsdichter Vlaardingen